wacht niet tot het te laat is
Als ik moet ‘wachten’ grijp ik weleens naar het snelle genot. Naar comfort. De smartphone wordt uit mijn broekzak getrokken en de dopamine-apps worden opgestart.
Ja dames en heren! De cyclus van de ‘Black Loopholes’ gaat beginnen! Woehoe!
Daar weer een likeje erbij. Yes! Daar weer een comment: Leuk! Oh, even mijn mail checken, ‘wie weet ontvang ik nu de mail die mijn leven gaat veranderen’. Hmmm, nee toch niet. Ah! Weer een bericht in de ‘Uitstelgedrag’-groepsapp: hebben ze nog leuke tips voor me?
Oei, weer een uur voorbij. Een uur waarin ik had kunnen schrijven, lezen of iets had kunnen creëren.
Een uur waarin ik mijn creativiteit aan iets had kunnen geven dat anderen helpt of inspireert.
Weer een uur voorbij van mijn leven.
Ik kijk op de klok. ‘Als dat ding nou eens wat sneller ging’, denk ik.
Een hand onder mijn kin om het hoofd te ondersteunen. Het lichaam en het brein wachten, tot ze verder kunnen.
Ze wachten op … Ja waarop eigenlijk?
Ik straal verveling uit en de tijd tikt door. Tik tik tik.
Mijn leven tikt voorbij en ik, wat doe ik? Ik wacht.
Op dit soort momenten word ik er altijd aan herinnerd dat ik dit niet wil met mijn tijd. Wachten en vervelen.
Ik wil mijn wachttijd instant omzetten in leestijd of creëer-tijd.
Zoals Mark Twain zegt:
“A person who won’t read has no advantage over one who can’t”.
Wachten en verveling zijn de stempels die ik zelf op mijn kostbare tijd druk.
Het leven is eindig. Op een dag heb ik nog maar een tiental uren te gaan.
Nu is het moment om te leven. Om mij ten volste te geven aan de wereld.
Gebruik technologie op de juiste manier. Gebruik de tools om te lezen en om te creëren. Om iets te maken waarmee je anderen helpt en inspireert. Om een verandering te maken.
Dit is dé tijd om het te doen. Het internet geeft ons die mogelijkheid en onze overgrootouders zijn jaloers op ons.
Ook zij zullen tegen je zeggen: “De dopamine-apps gaan het niet voor je doen. Jij wel. Jij kunt het doen”.
Ik geloof in je.